DHAKA – Het is nu al duidelijk dat de gevolgen van de COVID-19-pandemie ongelijk verdeeld zullen zijn, waarbij de armere landen het zwaarst getroffen zullen worden. Dit geldt ook voor de 1,2 miljoen kinderen in Bangladesh, die zich bezighouden met de zwaarste vormen van kinderarbeid. In onzekere tijden als deze zijn deze kinderen – en miljoenen kinderen elders – nog kwetsbaarder voor uitbuitende en gevaarlijke arbeid.
De redenen hiervoor zijn eenvoudig. Toen grote wereldwijde detailhandelszaken hun bestellingen annuleerden als gevolg van bezuinigingen in verband met lockdowns, kwam de productie van goedkope kleding in een groot deel van de wereld tot stilstand, waardoor veel textielarbeiders in het Mondiale Zuiden geen inkomen meer hadden. Sinds maart is de export van lederwaren uit Bangladesh met 22 procent gedaald. De schoenenindustrie van het land, de achtste ter wereld, is ook getroffen, met een export die sinds het begin van de pandemie met 50 procent omlaag is gegaan.
Nu de producenten van lederwaren geconfronteerd worden met geannuleerde bestellingen en met allerlei restricties om de overdracht van het COVID-19-virus te vertragen, is de ongereguleerde informele sector veel concurrerender geworden, met fabriekseigenaren die zich richten op kinderen als goedkope arbeidskrachten. In de informele sector voor lederwaren werken kinderen vaak lange uren voor weinig of geen loon, en doen ze vaak werk dat fysiek en psychologisch schadelijk en gevaarlijk is. Maar ondanks de risicoʼs zijn de meeste kinderen afhankelijk van dergelijk werk om zichzelf en hun families te onderhouden.
Nu hervatten de leerlooierijen langzamerhand de productie en worden de grondstoffen naar fabrieken gesluisd die nieuwe internationale orders hebben ontvangen, wat leidt tot een relatieve schaarste aan grondstoffen voor de binnenlandse productie. Dit creëert nieuwe mogelijkheden voor de fabrikanten van lederwaren in de ongereguleerde informele sector. Hun vermogen om aan de binnenlandse vraag te voldoen is afhankelijk van de verdere uitbuiting van kinderen.
Bangladesh kent wel wetten en beleid om gevaarlijke en uitbuitende kinderarbeid aan te pakken. Maar het beleid vertoont hiaten - de Bangladesh Labor Act dekt bijvoorbeeld niet de informele sector.
Hier hebben internationale merken en bedrijven een kans om te helpen. De wereldwijde detailhandel moet niet alleen de onmiddellijke financiële gevolgen van het annuleren van bestellingen erkennen, maar ook de onbedoelde gevolgen voor zowel de formele als de informele sector.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Dit betekent dat het probleem holistisch moet worden benaderd, waarbij gevestigde merken en hun klanten goed moeten worden geïnformeerd over waar, hoe en door wie de goederen worden geproduceerd. Merken moeten hun verantwoordelijkheid nemen om ethisch gedrag in hun hele toeleveringsketen te waarborgen. Strengere controle is nodig om te garanderen dat alle leveranciers, internationaal en lokaal, voldoen aan dezelfde normen op het gebied van arbeidscodes en arbeidsomstandigheden. En er is een transparant systeem nodig om de herkomst van grondstoffen te traceren en om ervoor te zorgen dat kinderen niet worden gebruikt als moderne slaven of in gevaarlijke omstandigheden moeten werken.
Hoewel er de afgelopen decennia veel initiatieven zijn genomen om kinderarbeiders te beschermen, schieten die initiatieven vaak tekort. Het is moeilijk om de lange aanvoerketens naar de bron te volgen, zodat er aan het begin van die ketens een cultuur van geweld blijft bestaan, ondersteund door structurele ongelijkheden die door de constante wereldwijde vraag naar goedkope producten in het productieproces worden opgenomen.
Het moeten naleven van een controleregeling zou voorkomen dat leveranciers hun werk kunnen uitbesteden aan informele, vaak ongereguleerde bedrijven waar werknemers, waaronder veel kinderen, in schadelijke en gevaarlijke omstandigheden moeten werken. Verantwoordelijke merken zouden ook de aanpak van de ʻpositieve afwijkingʼ kunnen hanteren, waarbij ze hun ethische bedrijfsstrategieën en -praktijken publiekelijk delen, wat andere merken kan stimuleren om op hun beurt hun eigen praktijken te onderzoeken.
Bovendien moeten relevante overheidsinstellingen, maatschappelijke organisaties en particuliere stichtingen zich richten op het handhaven van het bestaande beleid en het beschermen van de rechten van kinderen. Zowel internationale als lokale merken moeten ter verantwoording worden geroepen inzake hun plicht om voor kinderen te zorgen. Alle bedrijven moeten zich houden aan een minimumleeftijd, de standaard-werktijden handhaven en veilige werkomstandigheden garanderen. Om de naleving te waarborgen, moeten bedrijven die kinderen in dienst hebben beschikken over een overlegsysteem met meerdere belanghebbenden, waaronder vertegenwoordigers van de overheid, het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenorganisaties, de academische wereld en maatschappelijk werkers.
Om kinderen tenslotte te beschermen tegen schadelijk werk en moderne slavernij in sectoren als die voor lederwaren, is het noodzakelijk om naar de kinderen zelf te luisteren. Kinderen worden zelden betrokken bij de besluitvorming op de werkplek, vooral niet tijdens schokken als de COVID-19-pandemie, wanneer ze meer kans hebben om aan gevaarlijke omstandigheden te worden blootgesteld. Van hen leren over hun ervaringen in alle stadia van het productieproces kan van cruciaal belang zijn om hun welzijn te verbeteren.
De pandemie heeft de ingewikkeldheid van de wereldwijde toeleveringsketens en de kwetsbaarheid van de mensen die erin werken aan het licht gebracht. Zelfs in normale tijden zijn kinderen kwetsbaar voor uitbuiting door niet-gereguleerde, informele bedrijven, die de zaken oppakken waar andere bedrijven dat niet kunnen. Maar nu is dit risico groter dan ooit.
Inzicht in de wereldwijde toeleveringsketens en de impact van plotselinge veranderingen op de kwetsbare mensen die daar de schakels van zijn is van cruciaal belang. Pleitbezorgers en beleidsmakers moeten robuuste verantwoordingssystemen bedenken en implementeren om de rechten te beschermen van de miljoenen kinderen – in Bangladesh en wereldwijd – die wel móeten werken.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
World order is a matter of degree: it varies over time, depending on technological, political, social, and ideological factors that can affect the global distribution of power and influence norms. It can be radically altered both by broader historical trends and by a single major power's blunders.
examines the role of evolving power dynamics and norms in bringing about stable arrangements among states.
DHAKA – Het is nu al duidelijk dat de gevolgen van de COVID-19-pandemie ongelijk verdeeld zullen zijn, waarbij de armere landen het zwaarst getroffen zullen worden. Dit geldt ook voor de 1,2 miljoen kinderen in Bangladesh, die zich bezighouden met de zwaarste vormen van kinderarbeid. In onzekere tijden als deze zijn deze kinderen – en miljoenen kinderen elders – nog kwetsbaarder voor uitbuitende en gevaarlijke arbeid.
De redenen hiervoor zijn eenvoudig. Toen grote wereldwijde detailhandelszaken hun bestellingen annuleerden als gevolg van bezuinigingen in verband met lockdowns, kwam de productie van goedkope kleding in een groot deel van de wereld tot stilstand, waardoor veel textielarbeiders in het Mondiale Zuiden geen inkomen meer hadden. Sinds maart is de export van lederwaren uit Bangladesh met 22 procent gedaald. De schoenenindustrie van het land, de achtste ter wereld, is ook getroffen, met een export die sinds het begin van de pandemie met 50 procent omlaag is gegaan.
Nu de producenten van lederwaren geconfronteerd worden met geannuleerde bestellingen en met allerlei restricties om de overdracht van het COVID-19-virus te vertragen, is de ongereguleerde informele sector veel concurrerender geworden, met fabriekseigenaren die zich richten op kinderen als goedkope arbeidskrachten. In de informele sector voor lederwaren werken kinderen vaak lange uren voor weinig of geen loon, en doen ze vaak werk dat fysiek en psychologisch schadelijk en gevaarlijk is. Maar ondanks de risicoʼs zijn de meeste kinderen afhankelijk van dergelijk werk om zichzelf en hun families te onderhouden.
Nu hervatten de leerlooierijen langzamerhand de productie en worden de grondstoffen naar fabrieken gesluisd die nieuwe internationale orders hebben ontvangen, wat leidt tot een relatieve schaarste aan grondstoffen voor de binnenlandse productie. Dit creëert nieuwe mogelijkheden voor de fabrikanten van lederwaren in de ongereguleerde informele sector. Hun vermogen om aan de binnenlandse vraag te voldoen is afhankelijk van de verdere uitbuiting van kinderen.
Bangladesh kent wel wetten en beleid om gevaarlijke en uitbuitende kinderarbeid aan te pakken. Maar het beleid vertoont hiaten - de Bangladesh Labor Act dekt bijvoorbeeld niet de informele sector.
Hier hebben internationale merken en bedrijven een kans om te helpen. De wereldwijde detailhandel moet niet alleen de onmiddellijke financiële gevolgen van het annuleren van bestellingen erkennen, maar ook de onbedoelde gevolgen voor zowel de formele als de informele sector.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Dit betekent dat het probleem holistisch moet worden benaderd, waarbij gevestigde merken en hun klanten goed moeten worden geïnformeerd over waar, hoe en door wie de goederen worden geproduceerd. Merken moeten hun verantwoordelijkheid nemen om ethisch gedrag in hun hele toeleveringsketen te waarborgen. Strengere controle is nodig om te garanderen dat alle leveranciers, internationaal en lokaal, voldoen aan dezelfde normen op het gebied van arbeidscodes en arbeidsomstandigheden. En er is een transparant systeem nodig om de herkomst van grondstoffen te traceren en om ervoor te zorgen dat kinderen niet worden gebruikt als moderne slaven of in gevaarlijke omstandigheden moeten werken.
Hoewel er de afgelopen decennia veel initiatieven zijn genomen om kinderarbeiders te beschermen, schieten die initiatieven vaak tekort. Het is moeilijk om de lange aanvoerketens naar de bron te volgen, zodat er aan het begin van die ketens een cultuur van geweld blijft bestaan, ondersteund door structurele ongelijkheden die door de constante wereldwijde vraag naar goedkope producten in het productieproces worden opgenomen.
Het moeten naleven van een controleregeling zou voorkomen dat leveranciers hun werk kunnen uitbesteden aan informele, vaak ongereguleerde bedrijven waar werknemers, waaronder veel kinderen, in schadelijke en gevaarlijke omstandigheden moeten werken. Verantwoordelijke merken zouden ook de aanpak van de ʻpositieve afwijkingʼ kunnen hanteren, waarbij ze hun ethische bedrijfsstrategieën en -praktijken publiekelijk delen, wat andere merken kan stimuleren om op hun beurt hun eigen praktijken te onderzoeken.
Bovendien moeten relevante overheidsinstellingen, maatschappelijke organisaties en particuliere stichtingen zich richten op het handhaven van het bestaande beleid en het beschermen van de rechten van kinderen. Zowel internationale als lokale merken moeten ter verantwoording worden geroepen inzake hun plicht om voor kinderen te zorgen. Alle bedrijven moeten zich houden aan een minimumleeftijd, de standaard-werktijden handhaven en veilige werkomstandigheden garanderen. Om de naleving te waarborgen, moeten bedrijven die kinderen in dienst hebben beschikken over een overlegsysteem met meerdere belanghebbenden, waaronder vertegenwoordigers van de overheid, het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenorganisaties, de academische wereld en maatschappelijk werkers.
Om kinderen tenslotte te beschermen tegen schadelijk werk en moderne slavernij in sectoren als die voor lederwaren, is het noodzakelijk om naar de kinderen zelf te luisteren. Kinderen worden zelden betrokken bij de besluitvorming op de werkplek, vooral niet tijdens schokken als de COVID-19-pandemie, wanneer ze meer kans hebben om aan gevaarlijke omstandigheden te worden blootgesteld. Van hen leren over hun ervaringen in alle stadia van het productieproces kan van cruciaal belang zijn om hun welzijn te verbeteren.
De pandemie heeft de ingewikkeldheid van de wereldwijde toeleveringsketens en de kwetsbaarheid van de mensen die erin werken aan het licht gebracht. Zelfs in normale tijden zijn kinderen kwetsbaar voor uitbuiting door niet-gereguleerde, informele bedrijven, die de zaken oppakken waar andere bedrijven dat niet kunnen. Maar nu is dit risico groter dan ooit.
Inzicht in de wereldwijde toeleveringsketens en de impact van plotselinge veranderingen op de kwetsbare mensen die daar de schakels van zijn is van cruciaal belang. Pleitbezorgers en beleidsmakers moeten robuuste verantwoordingssystemen bedenken en implementeren om de rechten te beschermen van de miljoenen kinderen – in Bangladesh en wereldwijd – die wel móeten werken.
Vertaling: Menno Grootveld