KUALA LUMPUR – De staat van dienst van Zuid-Azië op het gebied van de gendergelijkheid is op zʼn zachtst gezegd zwak te noemen. De regio heeft ʼs werelds hoogste percentage kinderhuwelijken, en huiselijk geweld tegen vrouwen is wijdverbreid. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd als het om onbetaald werk gaat, en ondervertegenwoordigd in de beroepsbevolking, zelfs in landen als Sri Lanka, dat zwaar heeft geïnvesteerd in het meisjesonderwijs. Toch is er één sector waar vrouwen het roer overnemen: de landbouw. Dit is een kans voor de economische emancipatie van vrouwen die niet gemist mag worden.
Naarmate de Zuid-Aziatische economieën zich ontwikkelen, streven mannen in toenemende mate naar een baan in de industrie (of in het buitenland), waardoor vrouwen verantwoordelijk zijn geworden voor een steeds groter percentage van de arbeid in de landbouw. In Bangladesh, Bhutan, India, Nepal en Pakistan loopt het percentage economisch actieve vrouwen die in de landbouw werkzaam zijn nu uiteen van 60% tot 98%. In de landbouwsectoren van ieder van deze landen zijn meer vrouwen dan mannen actief.
Een vergelijkbare verschuiving deed zich tijdens de Tweede Wereldoorlog voor in een paar hogeinkomenslanden. Toen de mannen naar het slagveld vertrokken, vulden vrouwen de vrijgekomen plekken in de civiele sector – inclusief de landbouw. In de Verenigde Staten maakte het percentage vrouwelijke arbeiders in de landbouw bijvoorbeeld een sprong van 8% in 1940 naar 22,4% in 1945.
Toen de oorlog afgelopen was, wilden de vrouwen niet eenvoudigweg terug naar de vooroorlogse status quo. In sommige sectoren – met name op die posities waarvoor meer vaardigheden vereist waren – lijkt de werkgelegenheidsschok van de Tweede Wereldoorlog de betaalde arbeid van vrouwen direct en permanent veranderd te hebben. Meer in het algemeen hadden vrouwen echter de economische en persoonlijke vrijheid geproefd die betaalde arbeid biedt, vermarktbare vaardigheden verworven en hun mogelijkheden bewezen. De oorlogservaringen van vrouwen gaven dus een krachtige impuls aan de beweging voor gendergelijkheid.
Zal de feminisering van het boerenbedrijf in de Aziatische transitie-economieën een soortgelijk effect hebben? Er zijn geen garanties. Het bewijsmateriaal duidt erop dat hun toegenomen vertegenwoordiging in de landbouw niet per se bijdraagt aan de sociaal-economische emancipatie van vrouwen.
Zelfs als vrouwen meer agrarische taken krijgen toebedeeld, blijft hun beslissingsbevoegdheid in feite beperkt. In Bangladesh hebben de revolutie op het gebied van de microfinanciering en door NGOʼs geleide trainingsprogrammaʼs vanaf de jaren negentig duizenden vrouwen op het platteland in staat gesteld in de frontlinie te gaan werken en zelfs hun eigen kleine bedrijfjes te beginnen. Het land ligt nu voorop in Zuid-Azië als het gaat om het elimineren van de loonverschillen tussen de genders. Toch hebben vrouwen in de landbouw slechts ongeveer half zo veel macht als mannen, gemeten naar variabelen als bezit en controle op inkomen.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Bovendien bleek uit in India uitgevoerd onderzoek dat de toenemende participatie van vrouwen in de landbouw sterk is verbonden met diverse armoede-indicatoren. Dit weerspiegelt op zʼn minst voor een deel het feit dat de toetreding van vrouwen tot de betaalde beroepsbevolking niet gepaard gaat met enige terugdringing van hun toch al zware last van onbetaalde arbeid. En steeds meer vrouwen die in de agrarische sector werken worden helemaal niet voor hun werk betaald.
Tel daarbij de onvoorspelbare aard van de agrarische productie op en – zoals onderzoekers in India hebben opgemerkt – ʻde feminisering van de landbouw kan beter worden omschreven als de feminisering van de agrarische nood.ʼ In de Indiase staat Maharashtra hebben stijgende schulden in de afgelopen vier jaar geleid tot een verdubbeling van het aantal zelfmoorden onder vrouwelijke boeren.
Daarentegen hebben mijn collegaʼs en ik gezien dat, onder vrouwen op het platteland van Bangladesh, de emancipatie – zoals het vermogen om aankoopbeslissingen te beïnvloeden en zich aan te sluiten bij verenigingen – substantieel heeft bijgedragen aan de levensvreugde, ongeacht de economische status. Zoals Amartya Sen ooit schreef: ʻTot de levens die vrouwen redden door een grotere handelingsvrijheid behoren zeker die van henzelf.ʼ
Hoe kunnen de Zuid-Aziatische regeringen dan de toenemende vrouwelijke participatie in de landbouw vertalen in echte emancipatie?
Eén benadering richt zich op het inkomen dat buitenshuis wordt verdiend. Data van het platteland van Bangladesh duiden erop dat het niet werkgelegenheid per se is die de autonomie van vrouwelijke boeren vergroot, maar eerder het hebben van een baan op een andere boerderij dan die van hun echtgenoot.
Maar het blijft een feit dat de meeste vrouwen in de landbouw in Zuid-Azië op familieboerderijen werken, waar ze geen onafhankelijk inkomen kunnen verdienen (of in veel gevallen helemaal geen inkomen). Eén manier om dit aan te pakken zou het stimuleren van de export van agrarische producten met zeer veel toegevoegde waarde kunnen zijn, zoals zeevoedsel. Het formaliseren van het productieproces zou de monetisering van vrouwelijke arbeid kunnen bevorderen en de arbeidsomstandigheden kunnen verbeteren, zoals dat in veel opkomende Aziatische landen ook met de productie van op de export gerichte, kant-en-klare kledingstukken en schoenen is gebeurd.
Technologie kan ook behulpzaam zijn, onder meer door vrouwen in staat te stellen barrières die in sociale normen geworteld zijn te omzeilen. Ook al doen vrouwen uit Bangladesh bijvoorbeeld meer in de landbouw, ze worden van oudsher buitengesloten uit de aquacultuur. De door USAID gefinancierde goedkope kieuwnetten van het project Aquaculture for Income and Nutrition hebben vrouwen uit Bangladesh echter de mogelijkheid gegeven snel en gemakkelijk kleine visjes te vangen in plaatselijke vijvers, zodat ze niet met mannen hoeven te concurreren om de toegang tot grotere bronnen.
Op dezelfde manier kan digitale technologie ervoor zorgen dat vrouwen hun producten beter kunnen verkopen. Op veel plekken mogen vrouwen niet op de markt staan en moet een mannelijk familielid aanwezig zijn voor de verkoop van gewassen; dat is online niet het geval. Overheden moeten de ontwikkeling en verspreiding van dergelijke technologieën steunen, waardoor vrouwen ook meer koopkracht kunnen doen gelden, bijvoorbeeld als het gaat om de aanschaf van agrarische inputs.
Nóg een cruciaal element van een effectieve strategie voor de emancipatie van vrouwen in de landbouwsector van Zuid-Azië is de terugdringing van de onbetaalde arbeid waar zij voor verantwoordelijk zijn. Het nastreven van dit doel is lastig, omdat interventies die vrouwen emanciperen ten koste van hun mannelijke familieleden in patriarchale samenlevingen gegarandeerd op formidabele weerstand zullen stuiten. Maar productiviteitsverhogende plannen, zoals Biotech-KISAN, kunnen helpen de weg te bereiden voor een eerlijker verdeling van huiselijke taken.
De antropologe Penny van Esterik heeft ooit geschreven: ʻVrouwen zijn zowel kwetsbaar als sterk – slachtoffer en geëmancipeerd – door voedsel.ʼ Met het juiste beleid en een effectief gebruik van technologie kunnen we de balans in de goede richting doen omslaan.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
US Treasury Secretary Scott Bessent’s defense of President Donald Trump’s trade tariffs as a step toward “rebalancing” the US economy misses the point. While some economies, like China and Germany, need to increase domestic spending, the US needs to increase national saving.
thinks US Treasury Secretary Scott Bessent is neglecting the need for spending cuts in major federal programs.
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
KUALA LUMPUR – De staat van dienst van Zuid-Azië op het gebied van de gendergelijkheid is op zʼn zachtst gezegd zwak te noemen. De regio heeft ʼs werelds hoogste percentage kinderhuwelijken, en huiselijk geweld tegen vrouwen is wijdverbreid. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd als het om onbetaald werk gaat, en ondervertegenwoordigd in de beroepsbevolking, zelfs in landen als Sri Lanka, dat zwaar heeft geïnvesteerd in het meisjesonderwijs. Toch is er één sector waar vrouwen het roer overnemen: de landbouw. Dit is een kans voor de economische emancipatie van vrouwen die niet gemist mag worden.
Naarmate de Zuid-Aziatische economieën zich ontwikkelen, streven mannen in toenemende mate naar een baan in de industrie (of in het buitenland), waardoor vrouwen verantwoordelijk zijn geworden voor een steeds groter percentage van de arbeid in de landbouw. In Bangladesh, Bhutan, India, Nepal en Pakistan loopt het percentage economisch actieve vrouwen die in de landbouw werkzaam zijn nu uiteen van 60% tot 98%. In de landbouwsectoren van ieder van deze landen zijn meer vrouwen dan mannen actief.
Een vergelijkbare verschuiving deed zich tijdens de Tweede Wereldoorlog voor in een paar hogeinkomenslanden. Toen de mannen naar het slagveld vertrokken, vulden vrouwen de vrijgekomen plekken in de civiele sector – inclusief de landbouw. In de Verenigde Staten maakte het percentage vrouwelijke arbeiders in de landbouw bijvoorbeeld een sprong van 8% in 1940 naar 22,4% in 1945.
Toen de oorlog afgelopen was, wilden de vrouwen niet eenvoudigweg terug naar de vooroorlogse status quo. In sommige sectoren – met name op die posities waarvoor meer vaardigheden vereist waren – lijkt de werkgelegenheidsschok van de Tweede Wereldoorlog de betaalde arbeid van vrouwen direct en permanent veranderd te hebben. Meer in het algemeen hadden vrouwen echter de economische en persoonlijke vrijheid geproefd die betaalde arbeid biedt, vermarktbare vaardigheden verworven en hun mogelijkheden bewezen. De oorlogservaringen van vrouwen gaven dus een krachtige impuls aan de beweging voor gendergelijkheid.
Zal de feminisering van het boerenbedrijf in de Aziatische transitie-economieën een soortgelijk effect hebben? Er zijn geen garanties. Het bewijsmateriaal duidt erop dat hun toegenomen vertegenwoordiging in de landbouw niet per se bijdraagt aan de sociaal-economische emancipatie van vrouwen.
Zelfs als vrouwen meer agrarische taken krijgen toebedeeld, blijft hun beslissingsbevoegdheid in feite beperkt. In Bangladesh hebben de revolutie op het gebied van de microfinanciering en door NGOʼs geleide trainingsprogrammaʼs vanaf de jaren negentig duizenden vrouwen op het platteland in staat gesteld in de frontlinie te gaan werken en zelfs hun eigen kleine bedrijfjes te beginnen. Het land ligt nu voorop in Zuid-Azië als het gaat om het elimineren van de loonverschillen tussen de genders. Toch hebben vrouwen in de landbouw slechts ongeveer half zo veel macht als mannen, gemeten naar variabelen als bezit en controle op inkomen.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Bovendien bleek uit in India uitgevoerd onderzoek dat de toenemende participatie van vrouwen in de landbouw sterk is verbonden met diverse armoede-indicatoren. Dit weerspiegelt op zʼn minst voor een deel het feit dat de toetreding van vrouwen tot de betaalde beroepsbevolking niet gepaard gaat met enige terugdringing van hun toch al zware last van onbetaalde arbeid. En steeds meer vrouwen die in de agrarische sector werken worden helemaal niet voor hun werk betaald.
Tel daarbij de onvoorspelbare aard van de agrarische productie op en – zoals onderzoekers in India hebben opgemerkt – ʻde feminisering van de landbouw kan beter worden omschreven als de feminisering van de agrarische nood.ʼ In de Indiase staat Maharashtra hebben stijgende schulden in de afgelopen vier jaar geleid tot een verdubbeling van het aantal zelfmoorden onder vrouwelijke boeren.
Daarentegen hebben mijn collegaʼs en ik gezien dat, onder vrouwen op het platteland van Bangladesh, de emancipatie – zoals het vermogen om aankoopbeslissingen te beïnvloeden en zich aan te sluiten bij verenigingen – substantieel heeft bijgedragen aan de levensvreugde, ongeacht de economische status. Zoals Amartya Sen ooit schreef: ʻTot de levens die vrouwen redden door een grotere handelingsvrijheid behoren zeker die van henzelf.ʼ
Hoe kunnen de Zuid-Aziatische regeringen dan de toenemende vrouwelijke participatie in de landbouw vertalen in echte emancipatie?
Eén benadering richt zich op het inkomen dat buitenshuis wordt verdiend. Data van het platteland van Bangladesh duiden erop dat het niet werkgelegenheid per se is die de autonomie van vrouwelijke boeren vergroot, maar eerder het hebben van een baan op een andere boerderij dan die van hun echtgenoot.
Maar het blijft een feit dat de meeste vrouwen in de landbouw in Zuid-Azië op familieboerderijen werken, waar ze geen onafhankelijk inkomen kunnen verdienen (of in veel gevallen helemaal geen inkomen). Eén manier om dit aan te pakken zou het stimuleren van de export van agrarische producten met zeer veel toegevoegde waarde kunnen zijn, zoals zeevoedsel. Het formaliseren van het productieproces zou de monetisering van vrouwelijke arbeid kunnen bevorderen en de arbeidsomstandigheden kunnen verbeteren, zoals dat in veel opkomende Aziatische landen ook met de productie van op de export gerichte, kant-en-klare kledingstukken en schoenen is gebeurd.
Technologie kan ook behulpzaam zijn, onder meer door vrouwen in staat te stellen barrières die in sociale normen geworteld zijn te omzeilen. Ook al doen vrouwen uit Bangladesh bijvoorbeeld meer in de landbouw, ze worden van oudsher buitengesloten uit de aquacultuur. De door USAID gefinancierde goedkope kieuwnetten van het project Aquaculture for Income and Nutrition hebben vrouwen uit Bangladesh echter de mogelijkheid gegeven snel en gemakkelijk kleine visjes te vangen in plaatselijke vijvers, zodat ze niet met mannen hoeven te concurreren om de toegang tot grotere bronnen.
Op dezelfde manier kan digitale technologie ervoor zorgen dat vrouwen hun producten beter kunnen verkopen. Op veel plekken mogen vrouwen niet op de markt staan en moet een mannelijk familielid aanwezig zijn voor de verkoop van gewassen; dat is online niet het geval. Overheden moeten de ontwikkeling en verspreiding van dergelijke technologieën steunen, waardoor vrouwen ook meer koopkracht kunnen doen gelden, bijvoorbeeld als het gaat om de aanschaf van agrarische inputs.
Nóg een cruciaal element van een effectieve strategie voor de emancipatie van vrouwen in de landbouwsector van Zuid-Azië is de terugdringing van de onbetaalde arbeid waar zij voor verantwoordelijk zijn. Het nastreven van dit doel is lastig, omdat interventies die vrouwen emanciperen ten koste van hun mannelijke familieleden in patriarchale samenlevingen gegarandeerd op formidabele weerstand zullen stuiten. Maar productiviteitsverhogende plannen, zoals Biotech-KISAN, kunnen helpen de weg te bereiden voor een eerlijker verdeling van huiselijke taken.
De antropologe Penny van Esterik heeft ooit geschreven: ʻVrouwen zijn zowel kwetsbaar als sterk – slachtoffer en geëmancipeerd – door voedsel.ʼ Met het juiste beleid en een effectief gebruik van technologie kunnen we de balans in de goede richting doen omslaan.
Vertaling: Menno Grootveld