ABUJA – Complicaties bij vroeggeboorten zijn wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen jonger dan vijf jaar. Van de 15 miljoen babyʼs die ieder jaar vóór de 37e week van de zwangerschap worden geboren, zullen er ongeveer een miljoen sterven. Maar nieuw onderzoek dat wordt uitgevoerd in secundaire en tertiaire gezondheidszorgfaciliteiten in Bangladesh, India, Kenia, Nigeria en Pakistan biedt hoop op een hoger overlevingspercentage.
Deze landen kennen de hoogste aantallen vroeggeboorten ter wereld. Maar uit een gerandomiseerde klinische studie – bekend als Antenatal Corticosteroids for Improving Outcomes in Preterm Newborns (Prenatale Corticosteroïden voor het verbeteren van de resultaten bij vroeggeboorten (WHO ACTION-I) – bleek dat het toedienen van de steroïde dexamethason aan zwangere vrouwen met een risico op vroeggeboorte, in een omgeving met weinig middelen, de overlevingskans van hun babyʼs kan verhogen, zonder dat de kans op een bacteriële infectie bij de moeders toeneemt. Op iedere 25 zwangere vrouwen die met de steroïde werden behandeld, werd het leven van één vroeggeboren baby gered.
Als een jonge arts in opleiding in een academisch ziekenhuis in Nigeria heb ik bloedtransfusies toegediend aan vroeggeboren babyʼs met geelzucht. Het is een omslachtig proces dat kan leiden tot infecties bij pasgeborenen. De mogelijkheid om moeders en babyʼs te behoeden voor zulke levensbedreigende procedures is een van de redenen om de WHO ACTION-I-proef als levensreddend te beschouwen.
Maar hoe belangrijk de resultaten van de proef ook zijn, deze behandeling voor moeders die risico lopen kan niet elke vroeggeboren baby redden. Er zijn echter minstens vier andere manieren om enkele risicofactoren voor vroeggeboorten aan te pakken, terwijl de overlevingskansen van het kind worden vergroot.
In de eerste plaats moet iedere zwangere vrouw prenatale lessen volgen die worden gegeven door geschoolde gezondheidszorgwerkers. Deze lessen zijn geweldige manieren om vrouwen en hun partners de juiste informatie te geven over een veilige zwangerschap en om vrouwen te screenen op risicofactoren als hypertensie en diabetes. Zwangere vrouwen kunnen ook een echo ondergaan om te kijken of er sprake is van een meerlingzwangerschap of baarmoederhalszwakte. Als een van beide wordt gevonden, kan de zwangerschap worden aangeduid als ʻzeer riskantʼ en met de nodige behoedzaamheid worden behandeld, meestal door een verloskundige.
In Nigeria woont tweederde van de zwangere vrouwen al een of ander soort prenatale cursus bij. Hoewel COVID-19 de frequentie van de bezoeken aan prenatale cursussen heeft beperkt, worden ze soms online gegeven of via ʻcommunity outreachʼ aangeboden door gezondheidszorgwerkers, zodat zwangere vrouwen geen lange afstanden hoeven af te leggen. Een van de meest vooraanstaande verloskundigen van Nigeria, Tolu Adeleke, is een pionier op het gebied van online-bevallingscursussen voor zwangere vrouwen en hun partners.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
In de tweede plaats zouden alle vrouwen moeten bevallen in gezondheidszorgfaciliteiten, onder toezicht van geschoolde gezondheidszorgwerkers. In veel delen van de wereld is dit echter niet het geval. Uit onderzoeken blijkt dat 59% van de bevallingen in Nigeria thuis plaatsvindt, dat 35% van de bevallingen in Bangladesh wordt verzorgd door traditionele vroedvrouwen en dat 53% van de bevallingen in Kenia plaatsvindt buiten de gezondheidszorginstellingen. Bevallingen in een gezondheidszorginstelling verhogen de overlevingskans van pasgeborenen, vooral bij vrouwen die het risico lopen op een vroeggeboorte.
Beleidsmakers moeten gezondheidszorgwerkers op gemeenschapsniveau inzetten om informatie te verstrekken over de risicoʼs van thuisbevallingen en om zwangere vrouwen naar deze faciliteiten te begeleiden.
Hoewel een dergelijke strategie niet alle redenen kan wegnemen waarom sommige vrouwen toch thuis bevallen – zoals de moeilijkheid om een gezondheidszorginstelling te bereiken – kan zij helpen het gebrek aan kennis over de voordelen te overwinnen. In 2016 evalueerde EpiAFRIC het SURE-P Maternal and Child Health Project, een van de belangrijkste nationale interventies op het gebied van de gezondheid van moeders in Nigeria. Een belangrijke bevinding was dat na de introductie van het project 32,1 procent méér zwangere vrouwen zijn bevallen in gezondheidszorgfaciliteiten. Deze toename heeft er ook toe geleid dat meer pasgeborenen werden ingeënt tegen polio, hepatitis B en tuberculose.
In de derde plaats moeten de neonatale diensten die de overlevingskans van vroeggeboren babyʼs verhogen worden verbeterd. Een voorbeeld hiervan is kangaroe-moederzorg, die helpt om pasgeborenen warm te houden. Vroeggeboren babyʼs kunnen last hebben van onderkoeling, en dit soort zorg betekent dat ze worden gedragen (meestal door de moeder), waarbij huidcontact zorgt voor warmte. In situaties waarin de moeder hier niet toe is staat is, kan haar partner haar plaats innemen. Een andere interventie die de overlevingskans van pasgeborenen kan verhogen, is het bieden van toegang tot alternatieve bronnen van moedermelk. Het is lastig om direct na de geboorte te beginnen met het geven van borstvoeding aan een vroeggeboren baby, en moedermelkbanken kunnen zorgen voor gescreende en gepasteuriseerde voorraden. Onderzoek in Ethiopië toont aan dat moeders eerder geneigd zijn om gedoneerde moedermelk te accepteren als ze er goed over geïnformeerd zijn.
Tenslotte zouden alle meisjes naar school moeten gaan. Als een moeder een opleiding heeft genoten, is de kans groter dat ze prenatale cursussen zal gaan volgen, zal bevallen in een gezondheidszorgfaciliteit en ander gezond gedrag in de praktijk zal brengen. Maar wereldwijd gaan ruim 130 miljoen meisjes niet naar school, en de COVID-19-lockdowns zullen dit aantal waarschijnlijk nog verhogen. Het verband tussen onderwijs en gezond gedrag onderstreept de impact van externe sociale omstandigheden op de gezondheidsresultaten. Gezondheidsplanners, programmamanagers, overheden, de particuliere sector en donoren moeten deze omstandigheden in gedachten houden bij het plannen van interventies.
De WHO ACTION-I-proef is een belangrijke stap in de richting van het verhogen van de overlevingskans van vroeggeboren babyʼs. Maar het aanpakken van de andere risicofactoren is eveneens nodig om ervoor te zorgen dat iedere moeder, zelfs in een omgeving met weinig middelen, een gezonde pasgeborene mee naar huis kan nemen.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
World order is a matter of degree: it varies over time, depending on technological, political, social, and ideological factors that can affect the global distribution of power and influence norms. It can be radically altered both by broader historical trends and by a single major power's blunders.
examines the role of evolving power dynamics and norms in bringing about stable arrangements among states.
ABUJA – Complicaties bij vroeggeboorten zijn wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen jonger dan vijf jaar. Van de 15 miljoen babyʼs die ieder jaar vóór de 37e week van de zwangerschap worden geboren, zullen er ongeveer een miljoen sterven. Maar nieuw onderzoek dat wordt uitgevoerd in secundaire en tertiaire gezondheidszorgfaciliteiten in Bangladesh, India, Kenia, Nigeria en Pakistan biedt hoop op een hoger overlevingspercentage.
Deze landen kennen de hoogste aantallen vroeggeboorten ter wereld. Maar uit een gerandomiseerde klinische studie – bekend als Antenatal Corticosteroids for Improving Outcomes in Preterm Newborns (Prenatale Corticosteroïden voor het verbeteren van de resultaten bij vroeggeboorten (WHO ACTION-I) – bleek dat het toedienen van de steroïde dexamethason aan zwangere vrouwen met een risico op vroeggeboorte, in een omgeving met weinig middelen, de overlevingskans van hun babyʼs kan verhogen, zonder dat de kans op een bacteriële infectie bij de moeders toeneemt. Op iedere 25 zwangere vrouwen die met de steroïde werden behandeld, werd het leven van één vroeggeboren baby gered.
Als een jonge arts in opleiding in een academisch ziekenhuis in Nigeria heb ik bloedtransfusies toegediend aan vroeggeboren babyʼs met geelzucht. Het is een omslachtig proces dat kan leiden tot infecties bij pasgeborenen. De mogelijkheid om moeders en babyʼs te behoeden voor zulke levensbedreigende procedures is een van de redenen om de WHO ACTION-I-proef als levensreddend te beschouwen.
Maar hoe belangrijk de resultaten van de proef ook zijn, deze behandeling voor moeders die risico lopen kan niet elke vroeggeboren baby redden. Er zijn echter minstens vier andere manieren om enkele risicofactoren voor vroeggeboorten aan te pakken, terwijl de overlevingskansen van het kind worden vergroot.
In de eerste plaats moet iedere zwangere vrouw prenatale lessen volgen die worden gegeven door geschoolde gezondheidszorgwerkers. Deze lessen zijn geweldige manieren om vrouwen en hun partners de juiste informatie te geven over een veilige zwangerschap en om vrouwen te screenen op risicofactoren als hypertensie en diabetes. Zwangere vrouwen kunnen ook een echo ondergaan om te kijken of er sprake is van een meerlingzwangerschap of baarmoederhalszwakte. Als een van beide wordt gevonden, kan de zwangerschap worden aangeduid als ʻzeer riskantʼ en met de nodige behoedzaamheid worden behandeld, meestal door een verloskundige.
In Nigeria woont tweederde van de zwangere vrouwen al een of ander soort prenatale cursus bij. Hoewel COVID-19 de frequentie van de bezoeken aan prenatale cursussen heeft beperkt, worden ze soms online gegeven of via ʻcommunity outreachʼ aangeboden door gezondheidszorgwerkers, zodat zwangere vrouwen geen lange afstanden hoeven af te leggen. Een van de meest vooraanstaande verloskundigen van Nigeria, Tolu Adeleke, is een pionier op het gebied van online-bevallingscursussen voor zwangere vrouwen en hun partners.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
In de tweede plaats zouden alle vrouwen moeten bevallen in gezondheidszorgfaciliteiten, onder toezicht van geschoolde gezondheidszorgwerkers. In veel delen van de wereld is dit echter niet het geval. Uit onderzoeken blijkt dat 59% van de bevallingen in Nigeria thuis plaatsvindt, dat 35% van de bevallingen in Bangladesh wordt verzorgd door traditionele vroedvrouwen en dat 53% van de bevallingen in Kenia plaatsvindt buiten de gezondheidszorginstellingen. Bevallingen in een gezondheidszorginstelling verhogen de overlevingskans van pasgeborenen, vooral bij vrouwen die het risico lopen op een vroeggeboorte.
Beleidsmakers moeten gezondheidszorgwerkers op gemeenschapsniveau inzetten om informatie te verstrekken over de risicoʼs van thuisbevallingen en om zwangere vrouwen naar deze faciliteiten te begeleiden.
Hoewel een dergelijke strategie niet alle redenen kan wegnemen waarom sommige vrouwen toch thuis bevallen – zoals de moeilijkheid om een gezondheidszorginstelling te bereiken – kan zij helpen het gebrek aan kennis over de voordelen te overwinnen. In 2016 evalueerde EpiAFRIC het SURE-P Maternal and Child Health Project, een van de belangrijkste nationale interventies op het gebied van de gezondheid van moeders in Nigeria. Een belangrijke bevinding was dat na de introductie van het project 32,1 procent méér zwangere vrouwen zijn bevallen in gezondheidszorgfaciliteiten. Deze toename heeft er ook toe geleid dat meer pasgeborenen werden ingeënt tegen polio, hepatitis B en tuberculose.
In de derde plaats moeten de neonatale diensten die de overlevingskans van vroeggeboren babyʼs verhogen worden verbeterd. Een voorbeeld hiervan is kangaroe-moederzorg, die helpt om pasgeborenen warm te houden. Vroeggeboren babyʼs kunnen last hebben van onderkoeling, en dit soort zorg betekent dat ze worden gedragen (meestal door de moeder), waarbij huidcontact zorgt voor warmte. In situaties waarin de moeder hier niet toe is staat is, kan haar partner haar plaats innemen. Een andere interventie die de overlevingskans van pasgeborenen kan verhogen, is het bieden van toegang tot alternatieve bronnen van moedermelk. Het is lastig om direct na de geboorte te beginnen met het geven van borstvoeding aan een vroeggeboren baby, en moedermelkbanken kunnen zorgen voor gescreende en gepasteuriseerde voorraden. Onderzoek in Ethiopië toont aan dat moeders eerder geneigd zijn om gedoneerde moedermelk te accepteren als ze er goed over geïnformeerd zijn.
Tenslotte zouden alle meisjes naar school moeten gaan. Als een moeder een opleiding heeft genoten, is de kans groter dat ze prenatale cursussen zal gaan volgen, zal bevallen in een gezondheidszorgfaciliteit en ander gezond gedrag in de praktijk zal brengen. Maar wereldwijd gaan ruim 130 miljoen meisjes niet naar school, en de COVID-19-lockdowns zullen dit aantal waarschijnlijk nog verhogen. Het verband tussen onderwijs en gezond gedrag onderstreept de impact van externe sociale omstandigheden op de gezondheidsresultaten. Gezondheidsplanners, programmamanagers, overheden, de particuliere sector en donoren moeten deze omstandigheden in gedachten houden bij het plannen van interventies.
De WHO ACTION-I-proef is een belangrijke stap in de richting van het verhogen van de overlevingskans van vroeggeboren babyʼs. Maar het aanpakken van de andere risicofactoren is eveneens nodig om ervoor te zorgen dat iedere moeder, zelfs in een omgeving met weinig middelen, een gezonde pasgeborene mee naar huis kan nemen.
Vertaling: Menno Grootveld