WASHINGTON, DC – Tegenwoordig liggen enorme hoeveelheden informatie voor de meesten van ons binnen handbereik. In theorie zou deze informatie kunnen helpen bestuur, infrastructuur, en aanbod van diensten als onderwijs, gezondheidszorg, en landbouwontwikkeling te verbeteren. Maar er bestaan grote lacunes in de toegang tot relevante informatie, en dan vooral in landelijke gebieden, woonplaats van bijna 68% van 's werelds armen. En zelfs waar wel relevante informatie voorhanden is is die in actie vertalen geen gemakkelijke opgave.
Neem bestuur. Beleidsmakers moeten over data over de economische productie, consumptie, migratie, de wil van de burger, en een heel scala aan andere factoren beschikken om geïnformeerde besluiten te kunnen nemen over belastingen en uitgaven, inclusief sociale programma's. Overeenkomstig hebben burgers wanneer je electorale stimuli wil laten functioneren informatie nodig over de mandaten en prestaties van politici. Maar zelfs in autocratische omgevingen kan informatie aansprakelijkheid een steun in de rug zijn, zoals door het aanzwengelen van volksprotesten.
Hetzelfde geldt voor het aanbod van infrastructurele diensten. Regeringen en dienstenverstrekkers hebben data nodig over waar en hoe mensen wonen – en dan vooral over die geografisch, politiek, en economisch het meest geïsoleerd zijn – om de juiste investeringen te kunnen doen. Burgers op hun beurt moeten weten welke diensten waar beschikbaar zijn en hoe er toegang toe te krijgen. Ze moeten ook weten hoe ze het beleidsproces kunnen beïnvloeden om bijvoorbeeld te verzekeren dat een school op de juiste locatie wordt gebouwd.
Alhoewel de toegang tot informatie in lagelonenlanden drastisch is verbeterd de afgelopen tien jaar lopen dienstenverstrekkers en hun gebruikers op het platteland vaak ver achter op hun stedelijke tegenhangers. Aanbieders beschikken vaak niet over genoeg data om te bepalen wat gebruikers nodig hebben of willen, en gebruikers hebben te weinig informatie over de competentie van aanbieders. Gegeven deze informatiekloof kijken politiek leiders vaak over de behoeften van burgers op het platteland heen – en dan vooral van zij die ongeschoold en politiek onthecht zijn.
Maar zelfs waar wel een brede toegang tot informatie bestaat is die niet afdoende om meetbare vooruitgang in armoedereductie, bestuur, en het aanbod van diensten tot stand te brengen. Volgens onze doorlichting van 48 empirische studies in ontwikkelingslanden verbetert informatie het bestuur op het platteland feitelijk alleen wanneer er aan drie voorwaarden voldaan wordt: de informatie is geloofwaardig, zinvol, en voldoende specifiek; gebruikers worden in staat gesteld om er naar te handelen; stimuli moedigen ze aan om dit te doen.
In landelijke contexten in ontwikkelingslanden wordt aan een van deze voorwaarden vaak niet voldaan, wat de impact van informatie grotendeels of geheel uitwist. Zo introduceerde Oeganda in 2014 bijvoorbeeld U-Bridge, een platform dat burgers de mogelijkheid gaf om gratis en anoniem tekstberichten te sturen aan lokale overheidsdienaars. Ondanks de relatief grote mate van gebruik en enthousiasme onder regionale ambtenaren slaagde het programma er niet in om duurzame verbeteringen in het dienstenaanbod tot stand te brengen. De meeste informatie die gebruikers aandroegen was te vaag om actie op te ondernemen, en zij werden vaak ontmoedigd door de reactie van de ambtenaren.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Net zo belangrijk is het vermogen om actie te ondernemen naar aanleiding van informatie. Voor beleidsmakers betekent dit het ontwerpen en implementeren van beleid dat door data geïnformeerde prioriteiten weerspiegelt. Voor burgers betekent dit dat ze over de rechtsbevoegdheid, competentie, en mobiliteit beschikken om het gedrag van beleidmakers te veranderen.
Onderzoek naar landbouwtoezicht in Nigeria laat zien dat kennis en macht niet altijd hand in hand gaan. Landbouwdeskundigen hebben vaak maar weinig invloed op beslissingen over overheidsuitgaven en besluitvormers ontberen de benodigde technische kennis. Deze onevenwichtigheid bestaat zelfs binnen de overheid: lokale beleidsmakers die meer informatie hebben over de situatie in het veld krijgen vaak te maken met beperkingen in het nemen van beslissingen over uitgaven.
De laatste voorwaarde heeft te maken met stimuli: er moet een of andere nettowinst zijn voor degenen die actie ondernemen op de informatie die ze ontvangen. Politici zijn eerder geneigd om hun macht te gebruiken voor het najagen van initiatieven met zeer zichtbare kortetermijnopbrengsten dan om te investeren in projecten waarvan de data aangeven dat ze substantieel meer goed zullen doen, maar minder opvallend op lange termijn, zoals in pas na hun ambtsperiode.
Maar er bestaat ook bewijs dat wanneer er aan alle drie voorwaarden voldaan wordt informatie de uitkomsten voor arme gemeenschappen verbetert. In India faciliteren vrouwenzelfhulpgroepen de uitwisseling van relevante informatie en bieden steunprogramma's aan voor leden, waarmee ze sociaal, politiek, en economisch vaardig gemaakt worden inclusief door ze te helpen voordeel uit publieke diensten te halen. Een studie vond dat vrouwen die aan zulke groepen deelnemen vaker een stempas hebben, vaker hebben gestemd in de afgelopen verkiezingen, vaker raadsbijeenkomsten op dorpsniveau bijwonen, en vaker geloven dat de dorpsraad hun behoeften serieus neemt.
Dit betekent niet dat er direct aan alle drie de voorwaarden voldaan moet of kan worden. Tenslotte zou dit effectief te doen kennis vooraf van de waarschijnlijke effecten van bepaalde types informatie vereisen, en dat vraagt om meer data. In plaats daarvan moeten we beginnen met bescheidener kortetermijndoelen zoals het verspreiden van relevante informatie.
Zeker, het simpelweg aanbieden van informatie is niet genoeg om te garanderen dat mensen de implicaties ervan overzien. Maar zoals onderzoek uit Tanzania demonstreert kan het delen van informatie over bijvoorbeeld ontwikkelingsprojecten of het gebruik van belastinginkomsten het vertrouwen in de regering vergroten; de eerste stap naar emancipatie, stimulus, en uiteindelijk impact. Beraadslagende processen waarin individuen informatiebronnen nauwkeurig kunnen bestuderen kunnen ook helpen. Op langere termijn moeten regeringen en ontwikkelingswerkers meer complete interventies testen met oog op de garantie van relevantie van informatie, macht, en stimuli.
De overheid heeft de macht om informatie voor ontwikkeling in te zetten – of om dit tegen te houden. Niet-statelijke actoren – waaronder ontwikkelingsorganisaties zowel als de media, het maatschappelijk middenveld, en onderzoekers – kunnen ook een rol spelen, door relevante informatie in omgevingen te planten waar macht en stimuli waarschijnlijk al aanwezig zijn.
Er zit veel waarheid in het aforisme 'kennis is macht', maar het kan misleidend zijn. Wanneer informatie rurale bevolkingen wil laten floreren moeten eerst de juiste omstandigheden geschapen worden.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
World order is a matter of degree: it varies over time, depending on technological, political, social, and ideological factors that can affect the global distribution of power and influence norms. It can be radically altered both by broader historical trends and by a single major power's blunders.
examines the role of evolving power dynamics and norms in bringing about stable arrangements among states.
WASHINGTON, DC – Tegenwoordig liggen enorme hoeveelheden informatie voor de meesten van ons binnen handbereik. In theorie zou deze informatie kunnen helpen bestuur, infrastructuur, en aanbod van diensten als onderwijs, gezondheidszorg, en landbouwontwikkeling te verbeteren. Maar er bestaan grote lacunes in de toegang tot relevante informatie, en dan vooral in landelijke gebieden, woonplaats van bijna 68% van 's werelds armen. En zelfs waar wel relevante informatie voorhanden is is die in actie vertalen geen gemakkelijke opgave.
Neem bestuur. Beleidsmakers moeten over data over de economische productie, consumptie, migratie, de wil van de burger, en een heel scala aan andere factoren beschikken om geïnformeerde besluiten te kunnen nemen over belastingen en uitgaven, inclusief sociale programma's. Overeenkomstig hebben burgers wanneer je electorale stimuli wil laten functioneren informatie nodig over de mandaten en prestaties van politici. Maar zelfs in autocratische omgevingen kan informatie aansprakelijkheid een steun in de rug zijn, zoals door het aanzwengelen van volksprotesten.
Hetzelfde geldt voor het aanbod van infrastructurele diensten. Regeringen en dienstenverstrekkers hebben data nodig over waar en hoe mensen wonen – en dan vooral over die geografisch, politiek, en economisch het meest geïsoleerd zijn – om de juiste investeringen te kunnen doen. Burgers op hun beurt moeten weten welke diensten waar beschikbaar zijn en hoe er toegang toe te krijgen. Ze moeten ook weten hoe ze het beleidsproces kunnen beïnvloeden om bijvoorbeeld te verzekeren dat een school op de juiste locatie wordt gebouwd.
Alhoewel de toegang tot informatie in lagelonenlanden drastisch is verbeterd de afgelopen tien jaar lopen dienstenverstrekkers en hun gebruikers op het platteland vaak ver achter op hun stedelijke tegenhangers. Aanbieders beschikken vaak niet over genoeg data om te bepalen wat gebruikers nodig hebben of willen, en gebruikers hebben te weinig informatie over de competentie van aanbieders. Gegeven deze informatiekloof kijken politiek leiders vaak over de behoeften van burgers op het platteland heen – en dan vooral van zij die ongeschoold en politiek onthecht zijn.
Maar zelfs waar wel een brede toegang tot informatie bestaat is die niet afdoende om meetbare vooruitgang in armoedereductie, bestuur, en het aanbod van diensten tot stand te brengen. Volgens onze doorlichting van 48 empirische studies in ontwikkelingslanden verbetert informatie het bestuur op het platteland feitelijk alleen wanneer er aan drie voorwaarden voldaan wordt: de informatie is geloofwaardig, zinvol, en voldoende specifiek; gebruikers worden in staat gesteld om er naar te handelen; stimuli moedigen ze aan om dit te doen.
In landelijke contexten in ontwikkelingslanden wordt aan een van deze voorwaarden vaak niet voldaan, wat de impact van informatie grotendeels of geheel uitwist. Zo introduceerde Oeganda in 2014 bijvoorbeeld U-Bridge, een platform dat burgers de mogelijkheid gaf om gratis en anoniem tekstberichten te sturen aan lokale overheidsdienaars. Ondanks de relatief grote mate van gebruik en enthousiasme onder regionale ambtenaren slaagde het programma er niet in om duurzame verbeteringen in het dienstenaanbod tot stand te brengen. De meeste informatie die gebruikers aandroegen was te vaag om actie op te ondernemen, en zij werden vaak ontmoedigd door de reactie van de ambtenaren.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Net zo belangrijk is het vermogen om actie te ondernemen naar aanleiding van informatie. Voor beleidsmakers betekent dit het ontwerpen en implementeren van beleid dat door data geïnformeerde prioriteiten weerspiegelt. Voor burgers betekent dit dat ze over de rechtsbevoegdheid, competentie, en mobiliteit beschikken om het gedrag van beleidmakers te veranderen.
Onderzoek naar landbouwtoezicht in Nigeria laat zien dat kennis en macht niet altijd hand in hand gaan. Landbouwdeskundigen hebben vaak maar weinig invloed op beslissingen over overheidsuitgaven en besluitvormers ontberen de benodigde technische kennis. Deze onevenwichtigheid bestaat zelfs binnen de overheid: lokale beleidsmakers die meer informatie hebben over de situatie in het veld krijgen vaak te maken met beperkingen in het nemen van beslissingen over uitgaven.
De laatste voorwaarde heeft te maken met stimuli: er moet een of andere nettowinst zijn voor degenen die actie ondernemen op de informatie die ze ontvangen. Politici zijn eerder geneigd om hun macht te gebruiken voor het najagen van initiatieven met zeer zichtbare kortetermijnopbrengsten dan om te investeren in projecten waarvan de data aangeven dat ze substantieel meer goed zullen doen, maar minder opvallend op lange termijn, zoals in pas na hun ambtsperiode.
Maar er bestaat ook bewijs dat wanneer er aan alle drie voorwaarden voldaan wordt informatie de uitkomsten voor arme gemeenschappen verbetert. In India faciliteren vrouwenzelfhulpgroepen de uitwisseling van relevante informatie en bieden steunprogramma's aan voor leden, waarmee ze sociaal, politiek, en economisch vaardig gemaakt worden inclusief door ze te helpen voordeel uit publieke diensten te halen. Een studie vond dat vrouwen die aan zulke groepen deelnemen vaker een stempas hebben, vaker hebben gestemd in de afgelopen verkiezingen, vaker raadsbijeenkomsten op dorpsniveau bijwonen, en vaker geloven dat de dorpsraad hun behoeften serieus neemt.
Dit betekent niet dat er direct aan alle drie de voorwaarden voldaan moet of kan worden. Tenslotte zou dit effectief te doen kennis vooraf van de waarschijnlijke effecten van bepaalde types informatie vereisen, en dat vraagt om meer data. In plaats daarvan moeten we beginnen met bescheidener kortetermijndoelen zoals het verspreiden van relevante informatie.
Zeker, het simpelweg aanbieden van informatie is niet genoeg om te garanderen dat mensen de implicaties ervan overzien. Maar zoals onderzoek uit Tanzania demonstreert kan het delen van informatie over bijvoorbeeld ontwikkelingsprojecten of het gebruik van belastinginkomsten het vertrouwen in de regering vergroten; de eerste stap naar emancipatie, stimulus, en uiteindelijk impact. Beraadslagende processen waarin individuen informatiebronnen nauwkeurig kunnen bestuderen kunnen ook helpen. Op langere termijn moeten regeringen en ontwikkelingswerkers meer complete interventies testen met oog op de garantie van relevantie van informatie, macht, en stimuli.
De overheid heeft de macht om informatie voor ontwikkeling in te zetten – of om dit tegen te houden. Niet-statelijke actoren – waaronder ontwikkelingsorganisaties zowel als de media, het maatschappelijk middenveld, en onderzoekers – kunnen ook een rol spelen, door relevante informatie in omgevingen te planten waar macht en stimuli waarschijnlijk al aanwezig zijn.
Er zit veel waarheid in het aforisme 'kennis is macht', maar het kan misleidend zijn. Wanneer informatie rurale bevolkingen wil laten floreren moeten eerst de juiste omstandigheden geschapen worden.
Vertaling Melle Trap