ABUJA – Toen de US Food and Drug Administration (de Amerikaanse overheidsdienst voor voeding en geneesmiddelen) afgelopen maand het nieuwe Ebola-vaccin Ervebo goedkeurde, was ik opgetogen. Ervebo kan al na één enkele dosis een snelle immuun-reactie teweegbrengen, waarbij binnen tien dagen bescherming optreedt. Had zoʼn vaccin een paar jaar geleden maar bestaan, dacht ik.
In 2015 was ik een van de leidinggevenden bij een onderzoek door EpiAFRIC, in opdracht van de Afrikaanse Unie, naar de pogingen van de Afrikaanse Unie om de Ebola-uitbraak in Guinée, Liberia en Sierra Leone aan te pakken. Twee weken lang reisden mijn team en ik door deze drie landen, spraken we vrijwilligers van de Afrikaanse Unie, gemeenschapsleden, internationale partners, hoge managers bij de ministeries voor Volksgezondheid, en andere belanghebbenden die hadden gewerkt aan het indammen van die uitbraak. We bezochten ook een behandelingscentrum voor Ebola in Guinée.
Tijdens ons onderzoek zagen we de verwoestingen die door Ebola waren veroorzaakt, en hoe de zwakke gezondheidszorgsystemen in de drie hardst-getroffen landen het mogelijk hadden gemaakt dat de infectie zich als een veenbrand had verspreid. Tegen de tijd dat we klaar waren met onze gesprekken, was het ons duidelijk dat een sterker gezondheidszorgsysteem de uitbraak had kunnen voorkomen, en zelfs had kunnen helpen om hem in te dammen nadat hij al was uitgebroken. We hadden graag gewild dat er een Ebola-vaccin was geweest.
Nu is er een.
Ongetwijfeld kan Ervebo een “game-changer” zijn bij het aanpakken van toekomstige Ebola-uitbraken. Maar om gezondheidszorgwerkers en gemeenschappen te beschermen moet het vaccin veilig, duurzaam en eerlijk worden gedistribueerd. Dat lijkt onwaarschijnlijk in veel landen waar Ebola endemisch is, als gevolg van veiligheids-, systemische en sociale problemen. Als deze problemen niet worden aangepakt zal Ervebo niet effectief zijn.
In de eerste plaats zal Ervebo zonder veiligheidsmaatregelen feitelijk niet beschikbaar komen. De recente sterfgevallen van gezondheidszorgwerkers in Afrika en de ontsporing en de tijdelijke opschorting van de Ebola-respons in de Democratische Republiek Congo (DRC) benadrukken waarom de veiligheid van groot belang is bij de verstrekking van gezondheidszorg.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
In april 2019 werd Richard Mouzoko, een epidemioloog van de Wereldgezondheidsorganisatie, bijvoorbeeld vermoord bij een aanslag op het Butembo University Hospital in de DRC. In 2013 vonden negen vrouwelijke artsen die betrokken waren bij de mondiale strijd om polio uit te roeien de dood bij twee afzonderlijke schietpartijen bij gezondheidszorgcentra in Kano, noordwest-Nigeria. De Boko Haram-opstand in het noordoosten van Nigeria heeft de pogingen om polio uit te roeien doen ontsporen en de vooruitzichten voor het land om vrij van deze ziekte verklaard te worden ernstig verslechterd.
Overheden moeten daarom de nationale veiligheid versterken en nauw samenwerken met gezondheidszorgprofessionals en veiligheidsdiensten om ervoor te zorgen dat gezondheidszorgwerkers en gemeenschapsleden niet in gevaar komen.
In de tweede plaats moeten overheden investeren in het ontdekken en voorkomen van, en het reageren op, uitbraken van besmettelijke ziekten. Volgens preventepidemics.org, een website die landen rangschikt op basis van de vraag hoe goed ze zijn voorbereid op epidemieën, haalt geen enkel Afrikaans land momenteel de optimale score van minstens 80% op een door de WHO gesteunde Joint External Evaluation (JEE) over het vervullen van deze taken. De vijf landen die de afgelopen zes jaar te maken hebben gehad met een Ebola-uitbraak zijn de DRC (met een score van 35%), Guinée (35%), Sierra Leone (43%), Liberia (46%) en Nigeria (46%). Dit illustreert de grote uitdagingen die voor ons liggen: als een land niet op efficiënte wijze uitbraken van besmettelijke ziekten kan ontdekken en voorkomen, of erop kan reageren, hoe kan het dan weten wanneer en waar het Ervebo of andere vaccins moet inzetten?
In de derde plaats is het nooit te vroeg om de voordelen van Ervebo uit te leggen aan gemeenschappen vóórdat het vaccin nodig is. Dergelijke inspanningen moeten worden geleid door nationale instellingen voor de volksgezondheid, die samenwerken met lokale departementen voor de gezondheidszorg. Dit is iets waar donors in kunnen investeren, omdat het betekent dat hun geld goed besteed wordt. Wachten op de volgende Ebola-uitbraak kan de aflevering van de vaccins vertragen. Bovendien blijkt uit ervaringen uit het verleden dat gemeenschappen weinig vertrouwen hebben in Ebola-interventies te midden van een uitbraak.
Tot de betrokkenheid van gemeenschappen zou ook de communicatie over risicoʼs moeten behoren, zoals het aan gemeenschappen uitleggen hoe Ebola wordt doorgegeven en wat zij kunnen doen om uitbraken te helpen voorkomen. De University of Global Health Equity in Rwanda zegt dat “het bewerkstelligen van eerlijkheid op het gebied van de gezondheidszorg afhangt van de eerlijkheid op het gebied van de educatie over de gezondheid.” Dit moet het mantra zijn van de mondiale gezondheidszorggemeenschap. We mogen er nooit van uitgaan dat mensen genoeg weten over Ebola en andere dodelijke ziekten.
Tenslotte moeten we ons meer richten op de sociale determinanten van de gezondheid. Deze factoren worden doorgaans niet beschouwd als onderdeel van de gezondheidszorgsector, maar hebben serieuze gevolgen voor de gezondheid en gezondheidsbevorderend gedrag. Toegang tot schoon water en de beschikbaarheid van goede sanitaire voorzieningen in gemeenschappen die kwetsbaar zijn voor Ebola zijn cruciaal voor het voorkomen van en het reageren op uitbraken, en voor het stoppen van de verspreiding van de infectie.
Toch ontbeert volgens de WHO, in vergelijking met de ontwikkelde landen, 38% van de gezondheidszorgfaciliteiten in lage- en middeninkomenslanden toegang tot een goede drinkwaterbron, heeft 19% niet de beschikking over toereikende sanitaire voorzieningen, en heeft 35% geen water en zeep om de handen mee te wassen. Als gezondheidszorgwerkers hun handen niet kunnen wassen in schoon stromend water nadat ze een patiënt hebben gezien, is het risico groter dat ze besmet raken of infecties doorgeven aan andere patiënten.
Het Ervebo-vaccin is een grote stap voorwaarts in de mondiale gezondheidszorg. Maar hoewel het levens zal redden, mag het niet worden gezien als een magische kogel voor het voorkomen van en aanpakken van toekomstige Ebola-uitbraken. Bovenal moeten internationale donors nauw samenwerken met Afrikaanse overheden en nationale instellingen voor de volksgezondheid om ervoor te zorgen dat het vaccin bij iedereen terechtkomt die het nodig heeft.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
Donald Trump’s attempt to reindustrialize the US economy by eliminating trade deficits will undoubtedly cause pain and disruption on a massive scale. But it is important to remember that both major US political parties have abandoned free trade in pursuit of similar goals.
argues that America’s protectionist policies reflect a global economic reordering that was already underway.
Donald Trump and Elon Musk's reign of disruption is crippling research universities’ ability to serve as productive partners in innovation, thus threatening the very system that they purport to celebrate. The Chinese, who are increasingly becoming frontier innovators in their own right, will be forever grateful.
warns that the pillars of US dynamism and competitiveness are being systematically toppled.
ABUJA – Toen de US Food and Drug Administration (de Amerikaanse overheidsdienst voor voeding en geneesmiddelen) afgelopen maand het nieuwe Ebola-vaccin Ervebo goedkeurde, was ik opgetogen. Ervebo kan al na één enkele dosis een snelle immuun-reactie teweegbrengen, waarbij binnen tien dagen bescherming optreedt. Had zoʼn vaccin een paar jaar geleden maar bestaan, dacht ik.
In 2015 was ik een van de leidinggevenden bij een onderzoek door EpiAFRIC, in opdracht van de Afrikaanse Unie, naar de pogingen van de Afrikaanse Unie om de Ebola-uitbraak in Guinée, Liberia en Sierra Leone aan te pakken. Twee weken lang reisden mijn team en ik door deze drie landen, spraken we vrijwilligers van de Afrikaanse Unie, gemeenschapsleden, internationale partners, hoge managers bij de ministeries voor Volksgezondheid, en andere belanghebbenden die hadden gewerkt aan het indammen van die uitbraak. We bezochten ook een behandelingscentrum voor Ebola in Guinée.
Tijdens ons onderzoek zagen we de verwoestingen die door Ebola waren veroorzaakt, en hoe de zwakke gezondheidszorgsystemen in de drie hardst-getroffen landen het mogelijk hadden gemaakt dat de infectie zich als een veenbrand had verspreid. Tegen de tijd dat we klaar waren met onze gesprekken, was het ons duidelijk dat een sterker gezondheidszorgsysteem de uitbraak had kunnen voorkomen, en zelfs had kunnen helpen om hem in te dammen nadat hij al was uitgebroken. We hadden graag gewild dat er een Ebola-vaccin was geweest.
Nu is er een.
Ongetwijfeld kan Ervebo een “game-changer” zijn bij het aanpakken van toekomstige Ebola-uitbraken. Maar om gezondheidszorgwerkers en gemeenschappen te beschermen moet het vaccin veilig, duurzaam en eerlijk worden gedistribueerd. Dat lijkt onwaarschijnlijk in veel landen waar Ebola endemisch is, als gevolg van veiligheids-, systemische en sociale problemen. Als deze problemen niet worden aangepakt zal Ervebo niet effectief zijn.
In de eerste plaats zal Ervebo zonder veiligheidsmaatregelen feitelijk niet beschikbaar komen. De recente sterfgevallen van gezondheidszorgwerkers in Afrika en de ontsporing en de tijdelijke opschorting van de Ebola-respons in de Democratische Republiek Congo (DRC) benadrukken waarom de veiligheid van groot belang is bij de verstrekking van gezondheidszorg.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
In april 2019 werd Richard Mouzoko, een epidemioloog van de Wereldgezondheidsorganisatie, bijvoorbeeld vermoord bij een aanslag op het Butembo University Hospital in de DRC. In 2013 vonden negen vrouwelijke artsen die betrokken waren bij de mondiale strijd om polio uit te roeien de dood bij twee afzonderlijke schietpartijen bij gezondheidszorgcentra in Kano, noordwest-Nigeria. De Boko Haram-opstand in het noordoosten van Nigeria heeft de pogingen om polio uit te roeien doen ontsporen en de vooruitzichten voor het land om vrij van deze ziekte verklaard te worden ernstig verslechterd.
Overheden moeten daarom de nationale veiligheid versterken en nauw samenwerken met gezondheidszorgprofessionals en veiligheidsdiensten om ervoor te zorgen dat gezondheidszorgwerkers en gemeenschapsleden niet in gevaar komen.
In de tweede plaats moeten overheden investeren in het ontdekken en voorkomen van, en het reageren op, uitbraken van besmettelijke ziekten. Volgens preventepidemics.org, een website die landen rangschikt op basis van de vraag hoe goed ze zijn voorbereid op epidemieën, haalt geen enkel Afrikaans land momenteel de optimale score van minstens 80% op een door de WHO gesteunde Joint External Evaluation (JEE) over het vervullen van deze taken. De vijf landen die de afgelopen zes jaar te maken hebben gehad met een Ebola-uitbraak zijn de DRC (met een score van 35%), Guinée (35%), Sierra Leone (43%), Liberia (46%) en Nigeria (46%). Dit illustreert de grote uitdagingen die voor ons liggen: als een land niet op efficiënte wijze uitbraken van besmettelijke ziekten kan ontdekken en voorkomen, of erop kan reageren, hoe kan het dan weten wanneer en waar het Ervebo of andere vaccins moet inzetten?
In de derde plaats is het nooit te vroeg om de voordelen van Ervebo uit te leggen aan gemeenschappen vóórdat het vaccin nodig is. Dergelijke inspanningen moeten worden geleid door nationale instellingen voor de volksgezondheid, die samenwerken met lokale departementen voor de gezondheidszorg. Dit is iets waar donors in kunnen investeren, omdat het betekent dat hun geld goed besteed wordt. Wachten op de volgende Ebola-uitbraak kan de aflevering van de vaccins vertragen. Bovendien blijkt uit ervaringen uit het verleden dat gemeenschappen weinig vertrouwen hebben in Ebola-interventies te midden van een uitbraak.
Tot de betrokkenheid van gemeenschappen zou ook de communicatie over risicoʼs moeten behoren, zoals het aan gemeenschappen uitleggen hoe Ebola wordt doorgegeven en wat zij kunnen doen om uitbraken te helpen voorkomen. De University of Global Health Equity in Rwanda zegt dat “het bewerkstelligen van eerlijkheid op het gebied van de gezondheidszorg afhangt van de eerlijkheid op het gebied van de educatie over de gezondheid.” Dit moet het mantra zijn van de mondiale gezondheidszorggemeenschap. We mogen er nooit van uitgaan dat mensen genoeg weten over Ebola en andere dodelijke ziekten.
Tenslotte moeten we ons meer richten op de sociale determinanten van de gezondheid. Deze factoren worden doorgaans niet beschouwd als onderdeel van de gezondheidszorgsector, maar hebben serieuze gevolgen voor de gezondheid en gezondheidsbevorderend gedrag. Toegang tot schoon water en de beschikbaarheid van goede sanitaire voorzieningen in gemeenschappen die kwetsbaar zijn voor Ebola zijn cruciaal voor het voorkomen van en het reageren op uitbraken, en voor het stoppen van de verspreiding van de infectie.
Toch ontbeert volgens de WHO, in vergelijking met de ontwikkelde landen, 38% van de gezondheidszorgfaciliteiten in lage- en middeninkomenslanden toegang tot een goede drinkwaterbron, heeft 19% niet de beschikking over toereikende sanitaire voorzieningen, en heeft 35% geen water en zeep om de handen mee te wassen. Als gezondheidszorgwerkers hun handen niet kunnen wassen in schoon stromend water nadat ze een patiënt hebben gezien, is het risico groter dat ze besmet raken of infecties doorgeven aan andere patiënten.
Het Ervebo-vaccin is een grote stap voorwaarts in de mondiale gezondheidszorg. Maar hoewel het levens zal redden, mag het niet worden gezien als een magische kogel voor het voorkomen van en aanpakken van toekomstige Ebola-uitbraken. Bovenal moeten internationale donors nauw samenwerken met Afrikaanse overheden en nationale instellingen voor de volksgezondheid om ervoor te zorgen dat het vaccin bij iedereen terechtkomt die het nodig heeft.
Vertaling: Menno Grootveld