LONDEN – Verontrustende politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zouden je tot de conclusie kunnen brengen dat een toch al behoorlijk op de proef gestelde wereldeconomie het op de korte termijn misschien zelfs nog moeilijker zal krijgen. Maar naarmate het nieuwe jaar vordert wijst het conjuncturele bewijsmateriaal feitelijk in een andere richting.
Sinds mijn tijd als hoofdeconoom van Goldman Sachs let ik op zes indicatoren van over de hele wereld, die tezamen een betrouwbare inschatting opleveren van hoe de wereldeconomie er de komende zes maanden zal uitzien. Op dit moment zijn alle zes deze indicatoren veelbelovender dan de laatste tijd, en slechts een ervan is enigszins gedaald ten opzichte van een recente piek.
De eerste indicator wordt gevormd door de wekelijkse werkgelegenheidscijfers van de VS, waaruit je de algehele kracht van de Amerikaanse economie kunt afleiden. Economen zien de werkgelegenheid terecht als een relatief trage indicator, maar deze gegevens kunnen toch bruikbaar zijn voor het voorspellen van de nabije toekomst. De Amerikaanse werkgelegenheidscijfers zijn altijd up to date, omdat ze wekelijks worden geproduceerd, en uit statistisch bewijsmateriaal blijkt dat ze een toonaangevende indicator zijn voor de Amerikaanse aandelenkoersen. De afgelopen week is de werkloosheid laag gebleven, zoals dat al enige tijd het geval is, wat een goed teken is voor de Amerikaanse aandelenmarkten.
Ook de Institute for Supply Management Manufacturing Index levert een behoorlijk goede vooruitblik op de Amerikaanse economie voor de komende drie tot zes maanden, ook al is de maakindustrie verantwoordelijk voor slechts een betrekkelijk klein deel van het bbp. Net als de jongste werkgelegenheidscijfers bieden de cijfers van het ISM momenteel reden voor optimisme.
Een derde indicator is een onderdeel van deze zelfde ISM-index: de gegevens over nieuwe orders en de voorraden van de fabrikanten. Momenteel nemen de nieuwe orders toe en zijn de voorraden laag, wat erop duidt dat de bedrijven de komende maanden meer zullen moeten produceren om aan deze orders te kunnen voldoen.
Als we verder kijken dan de VS is een vierde indicator de verhouding van de Chinese uitgaven aan detailhandelsproducten ten opzichte van de industriële productie (aangepast voor de inflatie). Deze cijfers bieden ons een glimp van zowel de conjuncturele ontwikkeling als de structurele verschuiving in China van de export naar de binnenlandse consumptie. Dit zal de komende jaren voor China en de rest van de wereldeconomie een van de belangrijkste indicatoren zijn.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
De verhouding van de maandelijkse Chinese detailhandelsverkopen ten opzichte van de industriële productie is, hoewel wisselvallig, sinds 2008 langzaam verbeterd, en er lijkt zich onlangs weer een verbetering te hebben voorgedaan. Dit is de reden dat ik minder bezorgd ben dan anderen over de dikwijls genoemde risico's waarmee de Chinese economie wordt geconfronteerd. De Chinese consumentenuitgaven hebben zich goed gehouden, ondanks de inzinking van de industriële productie en de pogingen van de overheid om de uitgaven aan luxe-goederen te beperken.
Sommigen zullen tegenwerpen dat Chinese data niet te vertrouwen zijn. Maar ik zie niet in waarom de data aan de ene kant van de vergelijking meer of minder betrouwbaar zouden zijn dan die aan de andere kant. Waarom zouden Chinese functionarissen met consumptiedata rommelen, terwijl ze toestaan dat de cijfers van de industriële productie een daling te zien geven? Hoe dan ook, we zullen het moeten doen met wat we hebben.
Een vijfde indicator zijn de Zuid-Koreaanse handelsgegevens, die consequent op de eerste dag van iedere maand nadat de handelstransacties hebben plaatsgevonden worden gerapporteerd – sneller dan in welk ander land ook. Zuid-Korea heeft een open economie en handelspartners over de hele wereld, waaronder de VS, China, Japan en de Europese Unie, dus je kunt deze handelsgegevens extrapoleren om conclusies te trekken over de staat van de wereldhandel.
Na de afgelopen jaren gestaag te zijn afgenomen heeft de Zuid-Koreaanse handel sinds november tekenen van herstel vertoond, vooral in termen van de exportgroei; en in januari is hij aanzienlijk opgeveerd. Uiteraard staat deze bevinding op gespannen voet met alle sombere voorspellingen over de mondialisering die je vandaag de dag hoort, en de protectionistische regering van Donald Trump in de VS zou de wereldhandel in een langdurige neerwaartse spiraal kunnen doen belanden. Maar de recente gegevens uit Zuid-Korea duiden erop dat de mondialisering nog steeds tekenen van leven vertoont, en dat 2017 goed van start is gegaan.
Tenzij het worst-case-scenario onder Trump werkelijkheid wordt, is het zelfs heel goed mogelijk dat de inzinking van de wereldhandel van de afgelopen jaren een tijdelijk fenomeen zal blijken. Het kan heel goed een eenmalige gebeurtenis zijn geweest, waarin een verscheidenheid aan factoren wordt weerspiegeld, zoals de eurocrisis, de aanhoudende economische zwakheid in veel Europese landen, de scherpe daling van de grondstoffenprijzen, dramatische inzinkingen in Brazilië, Rusland en andere opkomende economieën, en het striktere toezicht op de internationale banken, waardoor de handelsfinanciering in het gedrang kan zijn gekomen.
De zesde en laatste indicator is de maandelijkse Ifo Business Climate Index in Duitsland, die nuttige conjuncturele gegevens omvat voor Europa in het algemeen, dankzij de centrale plek van Duitsland in de economie van het continent. De Ifo-index heeft de afgelopen maanden positieve signalen afgegeven, hoewel de data van december veelbelovender waren dan die van januari.
Alles bij elkaar duiden deze zes indicatoren er volgens mij op dat de wereldeconomie nu zou kunnen groeien in een tempo van ruim 4%. Dat is de snelste groei van de laatste jaren – hoewel het gemiddelde groeicijfer van 3,3% in het afgelopen decennium nauwelijks lager was dan in het decennium daarvóór, en dicht in de buurt ligt van het percentage van de twee daaraan voorafgaande decennia. Tegelijkertijd kunnen de zes indicatoren ons niets vertellen over wat er na de komende paar maanden zal gebeuren. Het is een open vraag of de groei van de wereldeconomie sterk zal blijven, sterker zal worden of zal gaan verzwakken.
Het was interessant om te zien dat de groei is toegenomen na schokken als het Brexit referendum in Groot-Brittannië en de verkiezing van Trump. En toch is het onduidelijk waarom dit gebeurt. Volgens sommigen is de trend een gevolg van beleidsbeslissingen in de VS en Groot-Brittannië, maar veel meer mensen zouden waarschijnlijk zeggen dat zij zich voordoet ondanks deze beslissingen. Helaas zijn er geen indicatoren die een antwoord bieden op deze vraag. De tijd zal het leren.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
US Treasury Secretary Scott Bessent’s defense of President Donald Trump’s trade tariffs as a step toward “rebalancing” the US economy misses the point. While some economies, like China and Germany, need to increase domestic spending, the US needs to increase national saving.
thinks US Treasury Secretary Scott Bessent is neglecting the need for spending cuts in major federal programs.
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
LONDEN – Verontrustende politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zouden je tot de conclusie kunnen brengen dat een toch al behoorlijk op de proef gestelde wereldeconomie het op de korte termijn misschien zelfs nog moeilijker zal krijgen. Maar naarmate het nieuwe jaar vordert wijst het conjuncturele bewijsmateriaal feitelijk in een andere richting.
Sinds mijn tijd als hoofdeconoom van Goldman Sachs let ik op zes indicatoren van over de hele wereld, die tezamen een betrouwbare inschatting opleveren van hoe de wereldeconomie er de komende zes maanden zal uitzien. Op dit moment zijn alle zes deze indicatoren veelbelovender dan de laatste tijd, en slechts een ervan is enigszins gedaald ten opzichte van een recente piek.
De eerste indicator wordt gevormd door de wekelijkse werkgelegenheidscijfers van de VS, waaruit je de algehele kracht van de Amerikaanse economie kunt afleiden. Economen zien de werkgelegenheid terecht als een relatief trage indicator, maar deze gegevens kunnen toch bruikbaar zijn voor het voorspellen van de nabije toekomst. De Amerikaanse werkgelegenheidscijfers zijn altijd up to date, omdat ze wekelijks worden geproduceerd, en uit statistisch bewijsmateriaal blijkt dat ze een toonaangevende indicator zijn voor de Amerikaanse aandelenkoersen. De afgelopen week is de werkloosheid laag gebleven, zoals dat al enige tijd het geval is, wat een goed teken is voor de Amerikaanse aandelenmarkten.
Ook de Institute for Supply Management Manufacturing Index levert een behoorlijk goede vooruitblik op de Amerikaanse economie voor de komende drie tot zes maanden, ook al is de maakindustrie verantwoordelijk voor slechts een betrekkelijk klein deel van het bbp. Net als de jongste werkgelegenheidscijfers bieden de cijfers van het ISM momenteel reden voor optimisme.
Een derde indicator is een onderdeel van deze zelfde ISM-index: de gegevens over nieuwe orders en de voorraden van de fabrikanten. Momenteel nemen de nieuwe orders toe en zijn de voorraden laag, wat erop duidt dat de bedrijven de komende maanden meer zullen moeten produceren om aan deze orders te kunnen voldoen.
Als we verder kijken dan de VS is een vierde indicator de verhouding van de Chinese uitgaven aan detailhandelsproducten ten opzichte van de industriële productie (aangepast voor de inflatie). Deze cijfers bieden ons een glimp van zowel de conjuncturele ontwikkeling als de structurele verschuiving in China van de export naar de binnenlandse consumptie. Dit zal de komende jaren voor China en de rest van de wereldeconomie een van de belangrijkste indicatoren zijn.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
De verhouding van de maandelijkse Chinese detailhandelsverkopen ten opzichte van de industriële productie is, hoewel wisselvallig, sinds 2008 langzaam verbeterd, en er lijkt zich onlangs weer een verbetering te hebben voorgedaan. Dit is de reden dat ik minder bezorgd ben dan anderen over de dikwijls genoemde risico's waarmee de Chinese economie wordt geconfronteerd. De Chinese consumentenuitgaven hebben zich goed gehouden, ondanks de inzinking van de industriële productie en de pogingen van de overheid om de uitgaven aan luxe-goederen te beperken.
Sommigen zullen tegenwerpen dat Chinese data niet te vertrouwen zijn. Maar ik zie niet in waarom de data aan de ene kant van de vergelijking meer of minder betrouwbaar zouden zijn dan die aan de andere kant. Waarom zouden Chinese functionarissen met consumptiedata rommelen, terwijl ze toestaan dat de cijfers van de industriële productie een daling te zien geven? Hoe dan ook, we zullen het moeten doen met wat we hebben.
Een vijfde indicator zijn de Zuid-Koreaanse handelsgegevens, die consequent op de eerste dag van iedere maand nadat de handelstransacties hebben plaatsgevonden worden gerapporteerd – sneller dan in welk ander land ook. Zuid-Korea heeft een open economie en handelspartners over de hele wereld, waaronder de VS, China, Japan en de Europese Unie, dus je kunt deze handelsgegevens extrapoleren om conclusies te trekken over de staat van de wereldhandel.
Na de afgelopen jaren gestaag te zijn afgenomen heeft de Zuid-Koreaanse handel sinds november tekenen van herstel vertoond, vooral in termen van de exportgroei; en in januari is hij aanzienlijk opgeveerd. Uiteraard staat deze bevinding op gespannen voet met alle sombere voorspellingen over de mondialisering die je vandaag de dag hoort, en de protectionistische regering van Donald Trump in de VS zou de wereldhandel in een langdurige neerwaartse spiraal kunnen doen belanden. Maar de recente gegevens uit Zuid-Korea duiden erop dat de mondialisering nog steeds tekenen van leven vertoont, en dat 2017 goed van start is gegaan.
Tenzij het worst-case-scenario onder Trump werkelijkheid wordt, is het zelfs heel goed mogelijk dat de inzinking van de wereldhandel van de afgelopen jaren een tijdelijk fenomeen zal blijken. Het kan heel goed een eenmalige gebeurtenis zijn geweest, waarin een verscheidenheid aan factoren wordt weerspiegeld, zoals de eurocrisis, de aanhoudende economische zwakheid in veel Europese landen, de scherpe daling van de grondstoffenprijzen, dramatische inzinkingen in Brazilië, Rusland en andere opkomende economieën, en het striktere toezicht op de internationale banken, waardoor de handelsfinanciering in het gedrang kan zijn gekomen.
De zesde en laatste indicator is de maandelijkse Ifo Business Climate Index in Duitsland, die nuttige conjuncturele gegevens omvat voor Europa in het algemeen, dankzij de centrale plek van Duitsland in de economie van het continent. De Ifo-index heeft de afgelopen maanden positieve signalen afgegeven, hoewel de data van december veelbelovender waren dan die van januari.
Alles bij elkaar duiden deze zes indicatoren er volgens mij op dat de wereldeconomie nu zou kunnen groeien in een tempo van ruim 4%. Dat is de snelste groei van de laatste jaren – hoewel het gemiddelde groeicijfer van 3,3% in het afgelopen decennium nauwelijks lager was dan in het decennium daarvóór, en dicht in de buurt ligt van het percentage van de twee daaraan voorafgaande decennia. Tegelijkertijd kunnen de zes indicatoren ons niets vertellen over wat er na de komende paar maanden zal gebeuren. Het is een open vraag of de groei van de wereldeconomie sterk zal blijven, sterker zal worden of zal gaan verzwakken.
Het was interessant om te zien dat de groei is toegenomen na schokken als het Brexit referendum in Groot-Brittannië en de verkiezing van Trump. En toch is het onduidelijk waarom dit gebeurt. Volgens sommigen is de trend een gevolg van beleidsbeslissingen in de VS en Groot-Brittannië, maar veel meer mensen zouden waarschijnlijk zeggen dat zij zich voordoet ondanks deze beslissingen. Helaas zijn er geen indicatoren die een antwoord bieden op deze vraag. De tijd zal het leren.
Vertaling: Menno Grootveld