LONDEN – Onder de vele uitdagingen die de nieuwe Europese Commissie te wachten staan is de beslissing hoe supersnelle breedband internettoegang te bieden aan alle 500 miljoen bewoners van de EU zonder de belastingen te verhogen of de Europese telecombedrijven in een bankroet te storten. Dit imperatief heeft er bij velen toe geleid om grotere bijdragen te eisen van internetreuzen zoals Google, Netflix en Facebook, die vaak worden bekritiseerd dat ze niet hun deel doen (en zelfs uitgemaakt worden voor klaplopers) en het Europese bezit en markten willen plunderen. Is deze kritiek terecht?
In één woord: nee. De realiteit is dat grote internetbedrijven (waarvan de meeste uit de Verenigde Staten komen) al miljarden dollars bijdragen om de netwerken en datacentra die essentieel zijn voor het functioneren van het internet op te zetten en te onderhouden.
Deze bedrijven investeerden de laatste drie jaar zelfs meer dan 75 miljard euro direct in internetinfrastructuur, waarbij de uitgaven in die periode ongeveer 10% per jaar omhoog gingen. Bovendien deden ze mee in consortiums die meer dan 500 miljoen euro investeerden in het leggen van een ondergrondse glasvezelkabel onder de Grote Oceaan, die operationeel is sinds 2010, en een kabel van 8300 kilometer van Zuidoost-Azië naar Japan die vorig jaar in gebruik werd genomen.
Maar het is Europa dat het leeuwendeel heeft ontvangen van de mondiale investeringen in internetinfrastructuur; 25 miljard euro in de afgelopen drie jaar, ofwel bijna een derde van het totaal. Google kondigde onlangs de constructie aan van een nieuw datacentrum van 600 miljoen euro in Nederland en investeert al zwaar in datacentra in Hamina in Finland en in St. Ghislain in België. En Facebook heeft al een eigen datacentrum opgezet in Luleå in Zweden.
Deze faciliteiten en netwerken (samen met de breedbandnetwerken waar telecombedrijven miljarden aan besteden) vormen de fundamenten van het internet. Door in ze te investeren bieden de Amerikaanse internetreuzen tastbare voordelen aan Europese consumenten en bedrijven. Het aanmoedigen van deze investeringen zou de voornaamste zorg van de Europese Commissie moeten zijn.
De Europese datacentra van deze bedrijven bijvoorbeeld dragen bij aan de economieën van de regio’s waar ze gevestigd zijn en scheppen banen voor plaatselijke bewoners. Op hetzelfde moment faciliteren ze de vlotte uitwisseling van content en stellen ze de Europese consument in staat om uit hun internetconnecties te halen wat er in zit.
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Vergelijkbaar stellen de investeringen van internetbedrijven in content-delivery-netwerken en internet-exchange-points ze in staat om hun eigen internetverkeer tot vlak bij de consument te brengen om het dan door te geven aan Europese telecombedrijven in steden als Londen, Parijs en Frankfurt. Door dit te doen kunnen ze internetproviders helpen de kosten te verminderen en stellen ze ze in staat om te investeren in de toegangsnetwerken voor ‘de laatste kilometer’ die zij bezitten en bedienen, waarmee ze de internetervaring die ze consumenten aanbieden verbeteren.
Op de langere termijn, terwijl Europa een steeds vruchtbaarder voedingsgrond voor digitale content en applicaties wordt, zal deze infrastructuur Europeanen in de positie brengen om hun creaties mondiaal te distribueren. Met andere woorden: de structuren die bedrijven als Google en Facebook nu opbouwen zullen nieuwe markten helpen openen voor Europese uitvinders, ondernemers en bedrijven wier succes de Europese economie direct ten goede zal komen.
In plaats van energie en hulpbronnen te verspillen door elkaar te bevechten zouden Europa’s telecombedrijven en de internetreuzen uit de VS en elders, samen met de publieke sector, hun gedeelde belang in het aanbieden van snel, betaalbaar breedbandinternet voor alle bewoners van Europa moeten inzien. Het internet is altijd al een gezamenlijke onderneming geweest en dit moet zo blijven, waarbij iedere actor zijn rol speelt.
Door dit hele proces heen zullen creatieve oplossingen van cruciaal belang zijn en zullen de bijdragen van internetbedrijven van onschatbare waarde zijn. Zij zijn tenslotte ervaren uitvinders, zoals men kan zien aan de samenwerking van Google met Vodafone in Nieuw-Zeeland en Telefónica in Chili om breedband aan te bieden in afgelegen gebieden door middel van luchtballonnen.
Op zijn beurt moet de Europese Commissie niet buigen voor de druk van gevestigde belangen om deze richting confrontatie te drijven. In plaats daarvan zouden de leiders van de EU geconcentreerd moeten blijven op de belangen van de miljoenen Europese internetgebruikers. Alleen door het volgen van een evenwichtige op feiten gebaseerde aanpak en een nadruk op samenwerking kunnen ze voordelen voor de consument, investeringen, banen en groei in de Europese internetsector afleveren.
To have unlimited access to our content including in-depth commentaries, book reviews, exclusive interviews, PS OnPoint and PS The Big Picture, please subscribe
China’s prolonged reliance on fiscal stimulus has distorted economic incentives, fueling a housing glut, a collapse in prices, and spiraling public debt. With further stimulus off the table, the only sustainable path is for the central government to relinquish more economic power to local governments and the private sector.
argues that the country’s problems can be traced back to its response to the 2008 financial crisis.
World order is a matter of degree: it varies over time, depending on technological, political, social, and ideological factors that can affect the global distribution of power and influence norms. It can be radically altered both by broader historical trends and by a single major power's blunders.
examines the role of evolving power dynamics and norms in bringing about stable arrangements among states.
LONDEN – Onder de vele uitdagingen die de nieuwe Europese Commissie te wachten staan is de beslissing hoe supersnelle breedband internettoegang te bieden aan alle 500 miljoen bewoners van de EU zonder de belastingen te verhogen of de Europese telecombedrijven in een bankroet te storten. Dit imperatief heeft er bij velen toe geleid om grotere bijdragen te eisen van internetreuzen zoals Google, Netflix en Facebook, die vaak worden bekritiseerd dat ze niet hun deel doen (en zelfs uitgemaakt worden voor klaplopers) en het Europese bezit en markten willen plunderen. Is deze kritiek terecht?
In één woord: nee. De realiteit is dat grote internetbedrijven (waarvan de meeste uit de Verenigde Staten komen) al miljarden dollars bijdragen om de netwerken en datacentra die essentieel zijn voor het functioneren van het internet op te zetten en te onderhouden.
Deze bedrijven investeerden de laatste drie jaar zelfs meer dan 75 miljard euro direct in internetinfrastructuur, waarbij de uitgaven in die periode ongeveer 10% per jaar omhoog gingen. Bovendien deden ze mee in consortiums die meer dan 500 miljoen euro investeerden in het leggen van een ondergrondse glasvezelkabel onder de Grote Oceaan, die operationeel is sinds 2010, en een kabel van 8300 kilometer van Zuidoost-Azië naar Japan die vorig jaar in gebruik werd genomen.
Maar het is Europa dat het leeuwendeel heeft ontvangen van de mondiale investeringen in internetinfrastructuur; 25 miljard euro in de afgelopen drie jaar, ofwel bijna een derde van het totaal. Google kondigde onlangs de constructie aan van een nieuw datacentrum van 600 miljoen euro in Nederland en investeert al zwaar in datacentra in Hamina in Finland en in St. Ghislain in België. En Facebook heeft al een eigen datacentrum opgezet in Luleå in Zweden.
Deze faciliteiten en netwerken (samen met de breedbandnetwerken waar telecombedrijven miljarden aan besteden) vormen de fundamenten van het internet. Door in ze te investeren bieden de Amerikaanse internetreuzen tastbare voordelen aan Europese consumenten en bedrijven. Het aanmoedigen van deze investeringen zou de voornaamste zorg van de Europese Commissie moeten zijn.
De Europese datacentra van deze bedrijven bijvoorbeeld dragen bij aan de economieën van de regio’s waar ze gevestigd zijn en scheppen banen voor plaatselijke bewoners. Op hetzelfde moment faciliteren ze de vlotte uitwisseling van content en stellen ze de Europese consument in staat om uit hun internetconnecties te halen wat er in zit.
Introductory Offer: Save 30% on PS Digital
Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.
Subscribe Now
Vergelijkbaar stellen de investeringen van internetbedrijven in content-delivery-netwerken en internet-exchange-points ze in staat om hun eigen internetverkeer tot vlak bij de consument te brengen om het dan door te geven aan Europese telecombedrijven in steden als Londen, Parijs en Frankfurt. Door dit te doen kunnen ze internetproviders helpen de kosten te verminderen en stellen ze ze in staat om te investeren in de toegangsnetwerken voor ‘de laatste kilometer’ die zij bezitten en bedienen, waarmee ze de internetervaring die ze consumenten aanbieden verbeteren.
Op de langere termijn, terwijl Europa een steeds vruchtbaarder voedingsgrond voor digitale content en applicaties wordt, zal deze infrastructuur Europeanen in de positie brengen om hun creaties mondiaal te distribueren. Met andere woorden: de structuren die bedrijven als Google en Facebook nu opbouwen zullen nieuwe markten helpen openen voor Europese uitvinders, ondernemers en bedrijven wier succes de Europese economie direct ten goede zal komen.
In plaats van energie en hulpbronnen te verspillen door elkaar te bevechten zouden Europa’s telecombedrijven en de internetreuzen uit de VS en elders, samen met de publieke sector, hun gedeelde belang in het aanbieden van snel, betaalbaar breedbandinternet voor alle bewoners van Europa moeten inzien. Het internet is altijd al een gezamenlijke onderneming geweest en dit moet zo blijven, waarbij iedere actor zijn rol speelt.
Door dit hele proces heen zullen creatieve oplossingen van cruciaal belang zijn en zullen de bijdragen van internetbedrijven van onschatbare waarde zijn. Zij zijn tenslotte ervaren uitvinders, zoals men kan zien aan de samenwerking van Google met Vodafone in Nieuw-Zeeland en Telefónica in Chili om breedband aan te bieden in afgelegen gebieden door middel van luchtballonnen.
Op zijn beurt moet de Europese Commissie niet buigen voor de druk van gevestigde belangen om deze richting confrontatie te drijven. In plaats daarvan zouden de leiders van de EU geconcentreerd moeten blijven op de belangen van de miljoenen Europese internetgebruikers. Alleen door het volgen van een evenwichtige op feiten gebaseerde aanpak en een nadruk op samenwerking kunnen ze voordelen voor de consument, investeringen, banen en groei in de Europese internetsector afleveren.
Vertaling Melle Trap